.: Toerisme :.

.: Richtingspecifiek

Toerisme
In het hoofdvak toerisme bestudeer je in de 2de graad kusttoerisme, wintersport, natuur- en cultuurtoerisme en citytrips. Dit doe je vanuit het oogpunt van de klant of toerist. Er wordt veel aandacht besteed aan aardrijkskundige aspecten van de toeristische streken. Je onderzoekt daarna welke de toeristische mogelijkheden zijn die hieruit voortvloeien.
Tijdens de lessen toerisme voer je als leerling zelf veel onderzoek uit over de bereikbaarheid van en transportmogelijkheden naar een bestemming, de mogelijke logiesvormen, de speciale attracties, gastronomie,... Dit alles wordt in taken en presentaties uitgewerkt, waarbij ook informaticatoepassingen dagelijks gebruikt worden.

Tijdens verplichte een- en meerdaagse excursies in binnen- en buitenland worden de toeristische kennis en vaardigheden verder uitgewerkt.

Kunst en Cultuur
In het vak kunst- en cultuurgeschiedenis word je geconfronteerd met het historisch erfgoed. Die confrontatie gebeurt door met kunst- en cultuuruitingen bezig te zijn, gebruik makend van methodes die je ook in de lessen geschiedenis leert kennen.
De leerstof sluit nauw aan bij de lessen toerisme: schilderkunst, beeldhouwkunst, bouwkunst en architectuur, musea, folkore,...

Communicatietechnieken
In het vak communicatietechnieken word je voorbereid op het omgaan met mensen, wat in het
latere beroepsleven een belangrijk deel zal uitmaken van je activiteiten. Er worden correcte omgangsvormen aangeleerd die tot de ontwikkeling van je persoonlijkheid bijdragen. Je leert de verschillende omgangsvormen kennen en de soorten menselijke relaties en contacten. Op die manier leer je, afhankelijk van het soort contact, de juiste omgangsvormen gebruiken.

Toegepaste economie
In het vak toegepaste economie leer je de toeristische sector situeren in het economisch en sociaal gebeuren van de maatschappij en maak je kennis met commerciƫle en bedrijfsmatige aspecten van de toeristische sector, gezien vanuit het gezichtspunt van de consument. Je bestudeert het gezin als consument, het reisgedrag en de toeristische dienstensector.

Talen
In de taalvakken Nederlands, Frans en Engels besteed je veel aandacht aan het praktisch gebruik ervan en de communicatieve vaardigheden. Vanaf het 4de jaar wordt met Duits aangevangen.