Heel wat universiteiten en hogescholen in Vlaanderen en de ons omringende landen hebben hun studieaanbod afgestemd op de bedrijfswereld. Het “ondernemend onderwijs” vinden we terug in bachelor-opleidingen, in het academisch onderwijs en is ook prominent aanwezig in master na master-programma’s met een MBA-label.
Studenten komen typisch uit grote bedrijven die verwachten dat hun ‘high potentials’ er leren hoe ze nieuwe, rendabele projecten binnen het bedrijf kunnen initiëren. Ook zijn veel studenten uit familiaal gerunde bedrijven te vinden waar de opvolgers in staat moeten zijn om het bedrijf naar een hoger niveau te tillen.
De uitwerking van het concept op secundair niveau is nieuw. Uitgangspunt is dat een grote groep jongeren reeds op prille leeftijd attitudes en vaardigheden kunnen aanleren die nuttig zijn voor hun verdere economische loopbaan. Ondernemerschap is immers onontbeerlijk in de huidige en toekomstige maatschappij.
Maar scholen moeten niet enkel contacten leggen met de bedrijven, ze moeten zich ook afvragen wat zij kunnen aanbieden aan de bedrijfswereld. Netwerken betekent zich profileren, initiatief nemen en inspelen op de arbeidsmarkt.
Werkgevers leggen de lat alsmaar hoger als het aankomt op diploma's, maar tegelijk worden ze door de krapte op de arbeidsmarkt ook gedwongen om breder te kijken.
“Onderwijs dat specifiek tot doel heeft leerlingen bepaalde ondernemerscompetenties te laten verwerven en zo hen voor te bereiden op zakelijk, sociaal of persoonlijk ondernemerschap.”
De uitwerking van het concept op secundair niveau is nieuw. Uitgangspunt is dat een grote groep jongeren reeds op prille leeftijd attitudes en vaardigheden kunnen aanleren die nuttig zijn voor hun verdere economische loopbaan. Ondernemerschap is immers onontbeerlijk in de huidige en toekomstige maatschappij.
Er is een grote emotionele betrokkenheid van leerlingen waarbij zin voor initiatief, creativiteit en verantwoordelijkheidszin sterk ontwikkeld worden. Door middel van wedstrijden, competities en spelvormen worden de studenten gestimuleerd om iets te doen met de vele ideeën die hen worden aangereikt. Dit gebeurt via informele en flexibel opgevatte leersessies met een inhoudelijke nadruk op het ‘hoe’ en ‘wie’ en meer dan op ‘wat’. De interactiviteit tussen studenten onderling, met leraren en de bedrijfswereld is verrijkend. De leraar is meer coach en facilitator en studenten genereren zelf kennis via uitwisseling van ideeën, discussies. Leerlingen leren meer dan ooit door te doen en leren uit fouten en door te ontdekken. De aanpak is probleem-georiënteerd en multidisciplinair. Het in groep toewerken naar het behalen van een doel leert hen onder druk te werken.
Op die wijze ontwikkelen de leerlingen competenties zoals doorzettingsvermogen, flexibiliteit en teamspirit die door de bedrijfswereld sterk gewaardeerd worden.
Dit in combinatie met het ontwikkelen van communicatievaardigheden in meerdere vreemde talen maakt hen weerbaar in een internationale context.
Het ‘business-school concept’ streeft er continu naar om het vertrouwen van de leerlingen en hun ouders te verdienen door een leider te zijn in goede corporate governance (deugdelijk bestuur) en door het verschaffen van een duidelijke en transparante communicatie zowel intern als extern. Om onze meerdere vormen van samenwerking met ondernemingen te bestendigen onderhouden we ook formele en informele feedback met contactpersonen.